De kracht van Pompoen!

Filed in Krachtig!, Voedingsleer by on 21 oktober 2013 • views: 3359

De Pompoen zit bomvol voedende en helende stoffen!

‘De eerste helft van ons leven spenderen we aan gezondheidstergende activiteiten. De tweede helft beginnen we hiervan bewust te worden en doen we wanhopige pogingen om wat verloren is terug te winnen.
– Auteur onbekend –

F/Wv1.80Het onderwerp ‘geneeskracht van de voeding’ is iets wat voor veel discussie zorgt. In feite is de geneeskracht van voeding, zowel als van chemische medicamenten, evenals van kruiden en remedies in zekere zin een vergissing. Geen enkele uitwendige factor heeft het vermogen om per definitie te ‘genezen’, net zoals het onmogelijk is dat voeding per definitie voedt.

Het is waar en als men het in die zin ziet is men volkomen juist, dat naarmate een voedingsmiddel een bijdrage levert om het evenwicht te herwinnen, er dankzij die voeding een positieve aanzet wordt gegeven en het is mogelijk dat men dat de ‘genezende invloed’ noemt. In feite gaat het over de kwaliteit waarmee het lichaam wordt gevoed. Maar één ding is zeker: geneesmiddelen bestaan niet. Het is altijd het lichaam zelf die het doet. Pompoen kan dan ook geen ‘remedie’ zijn voor een of andere kwaal, maar is boven alles voeding, zoals ons lichaam niets anders nodig heeft dan voeding op zijn tijd (de juiste en goed gedoseerd, in de juiste hoeveelheid) en rust op zijn tijd… Als we de samenstelling van de pompoen vergelijken met deze van de meloen, de augurk of de tomaat, dan valt het onmiddellijk op dat de pompoen zeer rijk is aan kalium en uiterst arm aan natrium. Tegenover 1 mg. natrium staat 383 mg. kalium per 100 gram pompoen. Juist aan deze uitzonderlijke verhouding zijn haar specifieke voedingskrachten te wijten.

De pompoen heeft een sterk ontzurend karakter, want naast kalium bevat ze per 100 gram niet minder dan 44mg fosfor, 22mg calcium, 8mg magnesium, 0,8mg ijzer. De pompoen bevat geen purinen. Door het grote basen-overschot, zorgt ze voor een even-wicht in een sterk verzurende voeding. Ze wordt gerangschikt bij de beste waterafdrijvende vruchten in de voedingstherapie en wordt graag gebruikt bij nier- en hartkwalen, vooral als deze gepaard gaan met waterophoping. Pompoen doet dat niet zomaar op dezelfde manier als medicamenten dat doen. Pompoen herstelt gewoon het evenwicht.

Uit ervaring weet men dat ze stoelgangbevorderend werkt en bloeddrukverhogende darmgiften uitdrijft. Bij aambeien, darmtraagheid of verstopping mag ze niet in het dieet ontbreken. Door de ontzurende werking kan ze bij jicht en reumatische klachten gebruikt worden. Naast het waterrijke vruchtvlees bevat ze ook nog vetrijke pitjes. Pompoenpitten zijn zeer nuttig bij het behandelen van prostaatklachten. De pitjes worden ook gebruikt bij het bestrijden van darmwormen. Pompoenpitten worden bekomen van naaktzadige pompoensoorten. De pitten zijn te koop in iedere natuur-voedingswinkel.

De stevigheid van een huis is afhankelijk van de materi-alen waarmee het wordt gebouwd. Zijn de materialen van minderwaardige kwaliteit dan is het niet meer mogelijk er een duurzaam huis van te maken. Het menselijk lichaam heeft een groot voordeel: het leeft en vernieuwt zich voortdurend. Daardoor is het mogelijk te allen tijde ons organisme van constructiegebreken te herstellen.

Prof. dr. A. Kawabata van de Universiteit van Kyoto heeft gezegd: ‘Het menselijk lichaam bestaat bij benadering uit vier triljoen cellen, waaronder onze luttele 15 miljard hersencellen, en van al deze cellen die we bij de geboorte meekregen blijven er al snel geen meer over. Terwijl ontelbare cellen sterven worden er voortdurend nieuwe gevormd en telkenmale herhaalt elke cel de kringloop van geboorte, groei, rijpheid, ouderdom en dood in harmonie met de levenswetten.’

Pompoen ontzuurt!
Ziekte is disharmonie. De ware motor van deze afwisselende geboorte en dood van onze cellen is het voedsel dat we tot ons nemen. Een belangrijke oorzaak van ziekte is te wijten aan slechte voeding in het algemeen. ‘De gezondheid is de bron van veel geluk en het is de eerste ethische wet van elk individu en het hoogste ideaal van heel de mensheid.’ Ons lichaam heeft een eindeloos vermogen om zich steeds op te bouwen en te vernieuwen, dit door de eenvoudige voedingsmiddelen die de natuur ons aanbiedt, zoals groenten, fruit, gekiemde granen, zaden, kruiden, alles gegroeid op een gezonde bodem die niet vervuild wordt door chemische mest en insecticiden. In dit verband kan je ook dit motiverend artikel over zoete pompoen met zijn geneeskrachtige en preventieve eigenschappen begrijpen. De kwaliteiten van een gewoon voedingsmiddel houden verband met de speciale biochemische structuur van koolhydraten en de andere substanties.

Verzuring?
Bijna iedereen in onze samenleving is in een toestand van weefselverzuring, hoofdzakelijk te wijten aan een verkeerd voedingspatroon. Het zal u duidelijk worden aan de hand van dit artikel. Voor meer informatie, verwijs ik u graag naar informatiebundel ‘Groenten in de voeding en als geneesmiddel’. Ook vegetariërs kunnen hieraan lijden als ze teveel graan- producten, rijst, noten en soja in verhouding tot groenten en fruit gebruiken. Weefselverzuring opent de weg naar de meest uiteenlopende gezondheidsproblemen en het moet voor ieder- een die iets om zijn gezondheid geeft een constante bekommernis zijn deze toestand te corrigeren.


Pompoen en reuma (en andere verzuringsziekten)
Reuma heeft vele oorzaken. Bepaalde vormen hebben met de stofwisseling te maken en er bestaat een direct verband met de voeding, zoals bij jicht. Een maaltijd met een overvloed aan zure afval (teveel eiwitten en alcohol) kan bij bepaalde personen een aanval uitlokken. Het teveel aan zuren zal een vaste vorm aannemen en zich als zure kristallen in de gewrichten afzetten, wat leidt tot scherpe pijnen met zwelling en roodheid van het gewricht. Het innemen van ontstekingsremmende middelen maakt over het algemeen binnen enkele dagen een einde aan de crisis, maar bij de minste overdaad qua voeding valt een nieuwe acute aanval te verwachten.

Buiten deze acute episodes, die zich meestal voordoen aan de dikke teen doch ook andere gewrichten kan aantasten, kan het zuurder worden van de weefsels ook minder pijnlijke vormen aannemen en zich uiten via chronische pijnen. Dit overschot aan zuren kan op lange termijn tot beschadiging van de getroffen gewrichten leiden. Ook chronische rugpijnen kunnen het gevolg zijn. Meestal geeft dit ochtendlijke rugpijnen die de slaper wekken en dwingen van positie te veranderen of zelfs op te staan. Deze pijnlijke ochtendstijfheid gaat meestal voorbij na een tijdje bewegen. Er zijn vele vormen van reuma waar andere mechanismen aan de basis liggen, doch bij alle reumapatiënten vinden we steeds een toestand van verzuring, die bijdraagt tot het versterken van de pijnlijke gewrichtsverschijnselen. Door middel van een aangepaste voeding kan de pijn en de duur van de ochtendstijfheid verminderd worden.

Reumapatiënten reageren gunstig op het overschakelen naar een gezondere levensstijl en voeding.

Weefselverzuring en kanker
Bij het ontstaan van kanker spelen vele factoren een rol, waarvan we sommige kennen doch zeker niet allemaal. Het verschil tussen een kankercel en een gezonde cel is dat de kankercel zich slechts kan ontwikkelen in een zuur en zuurstofarm milieu. Het komt er vooral op aan om via de juiste voeding het zuur-basen evenwicht te herstellen. Alles in de natuur is een kwestie van evenwicht en niets is steriel. U weet hoe belangrijk de darmflora is voor onze gezondheid. Miljarden bacteriën leven in onze dar men in symbiose met onze lichaamscellen. Zij hebben ons nodig en wij hebben hen nodig. Zonder gezonde darmflora is gezondheid onmogelijk.

De geneeskunde, zoals die aan de universiteiten onderwezen wordt, leert ons dat bloed normaal steriel is. Niets is minder waar. 70 jaar geleden toonde professor Enderlein aan dat in het bloed van een gezonde persoon micro-organismen leven, de zogenaamde endobionten. Deze micro-organismen leven, zoals de darmflora in ons spijsverteringskanaal, met ons in symbiose en helpen ons bij de strijd tegen ziekte. Ze kunnen bekeken worden met een speciale microscoop, een donkerveldmicroscoop. We noemen dit een ‘levend bloed analyse’. Endobionten zijn gevoelig voor geringe pH verschuivingen van het bloed. Reeds bij kleine veranderingen van de zuurtegraad van het bloed kunnen deze organismen andere vormen aannemen die ziekteverwekkend zijn.We zien dit ook bij candidaschimmels die zowel onder de vorm van sporen als onder de vorm van draden kunnen voorkomen naar gelang de omstandigheden waarin ze leven.

Geringe veranderingen van de pH van het bloed hebben een grote invloed op de bloedsomloop. Onze rode bloed cellen, die instaan voor het zuurstoftransport in het lichaam, hebben de vorm van kleine biconcave schijfjes met een doormeter van ongeveer 7 micron. Bij een normale zuurtegraad van het bloed komen ze los voor, waardoor ze gemakkelijk door de kleinste bloedvaatjes passeren. Bij een geringe verschuiving van de zuurtegraad van het bloed naar de zure kant gaan ze aaneenkleven en zogenaamde ‘rouleaus’ vormen, ze gaan rolletjes vormen te vergelijken met een stapeltje muntstukken. In deze toestand kunnen ze minder gemakkelijk door de kleine bloedvaatjes waardoor de weefsels minder zuurstof krijgen. Dit uit zich in koude, blauwachtige handen en voeten en kan in extreme omstandigheden leiden tot beroerte of hartinfarct. Het is dan ook begrijpelijk dat vele hartinfarcten optreden na een zware maaltijd of tijdens sportprestaties daar deze verzurende omstandigheden zijn. Deze rouleauvorming kunnen we ook gemakkelijk zien bij een levend bloed analyse. In toestand van verzuring gaat het bloed abnormaal snel stollen, wat bijdraagt tot het krijgen van hartinfarct en beroerte.

Wanneer verzuurd?
Hoe kunnen we nu weten of iemand in een toestand van verzuring is? Door de persoon te ondervragen over zijn eetgewoonten. We kunnen ervan uitgaan dat de gemiddelde Europeaan of Amerikaan met zijn voeding gebaseerd op brood, kaas, vlees en vis, in verzuring is. Een erfelijke voorbeschiktheid tot verzuring kunnen we zien door de iris van het oog te bekijken (de iris is het gekleurde deel van het oog).We zien dit vooral bij mensen met blauwe of groene ogen onder de vorm van een vaalwitte sluier, alsof ze met poedersuiker zijn bestrooid.

De pH van de urine
Met een teststrookje kunnen we de pH van de urine meten. Gezien de zuren vooral tijdens de nacht worden uitgescheiden is de ochtendurine altijd zuur, en dus minder interessant. Het beste moment om de urinaire pH te meten is voor de maaltijden, daar het genuttigde voedsel de zuurtegraad van de urine kan beïnvloeden. De pH van de urine dient rond de 7 te blijven. Bij pH-waarden van 4,5 en lager treedt beschadiging van de nieren op!

De klachten
Een aantal klachten duidt in de richting van weefselverzuring:

  • vermoeidheid, vooral in de voormiddag
  • slaapstoornissen tussen 1 en 3 uur
  • zure oprispingen
  • overdadig zuur ruikend zweet, vaak tijdens de nacht
  • eetluststoornissen
  • constipatie
  • migraine
  • vergrote amandelen bij kinderen
  • klamme en koude handen
  • zweetvoeten
  • slechte weerstand tegen infecties
  • spier- en gewrichtspijnen
  • chronische bronchitis
  • lusteloosheid
  • ochtendstijfheid
  • reuma
  • suikerziekte
  • kanker

Behandeling
Voor personen in goede gezondheid kan het volstaan op gezondere levenswijze en voeding over te stappen. Een overwicht van basisch voedsel en voldoende vochtinname zal progressief en op zachte wijze de weefselverzuring corrigeren.
Voor zieke personen volstaat dit niet. Naast aangepaste voeding kunnen we de volgende maatregelen treffen:

Groene Supervoeding : Green Kamut, Chlorella, Alfalfasappen e.a.  sappenkuur of een halfvloeibaar alkalisch dieet  (zie verder Pompoensap).  Er zijn heel wat goede natuurlijke producten op de markt die bijdragen tot het ontzuren van het organisme.


Pompoen en de kwaliteit van zetmeel
Pompoen bevat zetmeel. Zetmeel is een complex koolhydraat dat door het lichaam moet omgezet worden in enkelvoudige suikers. De vertering van zetmeel verloopt dankzij enzymen die vanaf het speeksel op het zetmeel inwerken. Zetmeel moet altijd zeer uitvoerig gekauwd worden en kan liefst zo droog mogelijk in de mond genomen worden, zodat men gedwongen wordt het uitvoerig te bewerken. Zonder kauwen verloopt de zetmeelvertering altijd deficiënt. Als sommige mensen ooit vertellen dat ze pompoensoep moeilijk verteren, dan heeft dat zeker te maken met het feit dat zij de pompoensoep inslikken, zonder erop te kauwen.

Ik hoor u vragen, kauwen op soep? Jawel. Pompoensoep kan men toch minstens even in de mond houden, ervan genieten en vermengen met speeksel en dan inslikken. Dat is niet alleen een goede raad voor pompoensoep, maar voor iedere gebonden soep. Eet ze traag en laat de soep zoveel mogelijk speeksel opnemen als uw speekselklieren kunnen produceren. Toch is de kwaliteit van het pompoenzetmeel zeer goed. Men kan dat afleiden uit de smaak. Als we kijken naar de kwaliteit van het zetmeel bij wortels, dan zien we dat dit al erg in de richting van suiker gaat, bij rauwe pompoen is dat iets minder zoet en bij rauwe aardappels kunnen we niet meer van een zoete smaak spreken. Door het koken worden de suikers gedextriniseerd, d.w.z. in een voorverteerde conditie gebracht en dat is te merken aan de smaak. Gekookte pompoen proeft veel zoeter dan rauwe pompoen.

Sommige mensen menen dat zetmeel een lichaamsbehoefte is. Dat is niet zo. Ons lichaam heeft dagelijks veel suikers nodig om goed te functioneren. We kunnen die suikers aanbieden via direct verwerkbare voeding als rijp fruit, of via complexere voedingsmiddelen die zetmeel bevatten. Veel mensen menen daarom dat brood broodnodig is. De natuur heeft voor ons geen brood gemaakt. Brood is een cultuurproduct. In de keuze tussen granen en zetmeelhoudende groenten valt de keuze best op groenten als pompoen, wortels, zoete aardappels en in laatste instantie op aardappels. In vergelijking met granen is het eten van aardappels nog altijd veel meer te verkiezen. Bij wijze van illustratie geven we hierna enkele argumenten weer die het eten van pompoen prefereert t.o.v. granen. We geven hierna enkele nadelen van granen weer, in het besef dat pompoen geen enkele van deze nadelen heeft.

> Omdat geraffineerde granen geen ballaststoffen meer bevatten en arm zijn aan voedingsstoffen, heeft de reformbeweging voor de herwaardering van de volle granen geijverd. De handel heeft hier flink op ingepikt en een massale propaganda gevoerd. Een betere voeding werd gelijk geschakeld met volle granen, terwijl peulvruchten als het vleesvervangend middel werden beschouwd. Toch valt deze nieuwe rage rond volle granen niet zo best mee.

> Baby’s die te vroeg met volle granen beginnen lijden vaak aan coeliaki of de ziekte van Herter.

> Volwassen mensen klagen van verteringsmoeilijkheden zoals zure oprispingen, opgezette maag en darmen, belasting van de lever en pancreas, terwijl inheemse spruw (ernstige darmziekte) veel voorkomt. Na enkele jaren treden vaak reumatische klachten op. In de vorige eeuw lag het verbruik van de volle granen in de meeste Europese landen bij de 250 kg/jaar/persoon of 680 g/dag/pers. Het brood alleen vertegenwoordigde in die tijd 400 g/dag/pers. Uit medische literatuur weten we dat de volksgezondheid in die jaren zeker niet schitterend mag genoemd worden en dat darmklachten, reumatische aandoeningen en ziekten van de luchtwegen veel voorkwamen.

>Volle granen bevatten schadelijke stoffen die helaas weinig aandacht krijgen. Het is noodzakelijk dat granen bewerkt, gebakken of gekookt worden, waardoor ze een groot deel van hun waarde verliezen.

Schadelijke stoffen in granen 
GLUTEN : tarwe, rogge, haver en gerst zijn rijk aan gluten, d.i. is een eiwitfractie waarin zich een gliadinepeptide bevindt die de dunne darm geheel of gedeeltelijk kan aantasten, vooral als er een darmontsteking is. Bij kinderen en baby’s spreekt men van coeliaki of de ziekte van Herter, bij volwassenen mensen van inheemse spruw.

FYTINEZUUR : is een zuur dat een binding met kalk, ijzer en zink aangaat waardoor deze drie belangrijke metalen niet opgenomen worden. Eenzijdige graanvoeding leidt tot ontkalking, gebrek aan ijzer en zink. Er is veel wetenschappelijk onderzoek gebeurd sinds de ontdekking van fytinezuur in de twintiger jaren.

ANTI-TRYPSINE : is een stof die de werking van trypsine belet. Trypsine is de werkzame vorm van het proteolytisch pancreasenzym, dat instaat voor de eiwitsplitsing. De sojaboon bavat eveneens antitrypsine. Bij kanker en bij sterke vermagering (cachexi) is er in het bloed een verhoging van anti-trypsine waar te nemen.

ANTI-CHYMOTRYPSINE : is een gelijkaardige stof die de werking van de eiwitsplitsing belet. Chymotrypsine is een soort lebenzym dat zich in het pancreassap bevindt.

FYTOHEMAGGLUTININE (PHA) : doet de rode bloedlichaampjes samenkitten. Deze stof zit hoofdzakelijk in zemelen. PHA komt ook voor in peulvruchten.

LECTINE : een stof die in zemelen voorkomt en ontstekingen kan veroorzaken aan de darmslijmvliezen, en het resorptievermogen van de darm kan verminderen

ZETMEEL : granen bevatten grote hoeveelheden zetmeel ook polysachariden genoemd (62 tot 78%). Zetmeel is moeilijk afbreekbare suiker waardoor de pancreas belast wordt (suikerziekte). De afbraak vergt grote hoeveelheden vitaminen waarvan B1 en B2 de belangrijkste zijn. Als men de hoeveelheden B1 en B2 berekent op 100 gr. zetmeel, dan merkt men duidelijk dat granen arm zijn aan deze zenuwversterkende vitaminen. Granen zijn vitaminerovers.

SUIKER-ZOUT : het gebruik van suiker en zout is een gevolg van graanvoeding. Suiker wordt als hulpmiddel bij de afbraak van de zetmeel gebruikt, vandaar de bekende combinatie van zoet met zetmeel; een weinig aan te bevelen combinatie. Zout zorgt in de graanvoeding voor de waterhuishouding en als toevoer van mineralen.

ZUUROVERSCHOT : granen hebben een zuuroverschot. Grote hoeveelheden granen zorgen steeds voor een verzuurde voeding. De nadelen zijn bekend : stofwisselingsziekten, hart- en vaatziekten, reuma, jicht, enz.

EIWIT-ZEMEEL : de graankorrel bevat gelijktijdig eiwit en zetmeel, waardoor zure oprispingen, darmgassen, opgezette maag en darmen ontstaat. Granen laten zich moeilijk met andere voedingsmiddelen combineren.

VITAMINE C : granen bevatten geen vitamine C vandaar dat een eenzijdige graanvoeding gevaarlijk kan zijn, gezien de belangrijke functie van deze vitamine.

VET : granen zijn arm aan vet (rijst 0%, haver 4%). Bij eenzijdige graanvoeding komen de vitaminen A, D, E, K en F in het gedrang gezien deze in vetoplosbare vitaminen zijn. Wegens de afwezigheid van vet worden de zetmelen in suikervetten (tryglyceride) omgezet, deze zijn echter nadelig voor hart- en vaatziekten.

NOODZAAK TOT BEREIDING : graan is praktisch onmogelijk te eten zonder koken, bakken of bereiding. Zelfs langdurig weken is voor de meeste granen onvol-doende om het zetmeel afbreekbaar te maken.

Graangerechten zal men tot een minimum beperken, hoe minder des te beter. Uit praktische overweging kan men nog een weinig meel gebruiken voor het binden van een soep of een sausje, alhoewel dit ook met andere bindmiddelen waar onder  pompoen en aardappelen kan.


Rob M.M. Greuter
21 oktober 2013

Hoofdbron
Informatiebundel Pompoen, Stichting Groene Dag, Stefaan de Wever

Tags:

About the Author ()

DeelBewust is onderdeel van de Helende Wereld en in volledige eigendom van Rob M.M. Greuter

Comments are closed.